Tweede Wereldoorlog: nazi-Duitsland
Hoe kwam Hitler aan de macht? Wat gebeurde er tijdens de Kristallnacht? En in welke bunker pleegde Hitler uiteindelijk zelfmoord? Multiple choice met vier opties, drie niveaus oplopend in moeilijkheid. Op gemakkelijk de bekende basisfeiten over nazi-Duitsland, op moeilijk inclusief de Wannseekonferentie, de Weiße Rose, het Nerobefehl en de exacte cijfers van bombardementen en oorlogsslachtoffers.
Klaar voor de quiz?
Vul je naam in en kies een niveau. Je tijd telt mee voor het leaderboard van deze maand.
Hoe werkt het?
-
Drie niveaus
Op gemakkelijk 15 basisvragen die de meeste mensen kennen. Op gemiddeld 25 vragen met meer detail. Op moeilijk alle 40, inclusief de minder bekende feiten waar pubquiz-fans pas op uitkomen.
-
Vier opties per vraag
Je ziet een vraag en kiest uit vier antwoorden (A, B, C of D). De drie afleiders zijn altijd plausibel: bestaande personen, datums of begrippen uit dezelfde periode, geen flauwe gokwerk-opties.
-
Twee hulplijnen
Je krijgt per spel één tip (korte aanwijzing over het juiste antwoord) en één 50/50 (twee foute antwoorden vallen weg). Beide mag je maar één keer inzetten, dus bewaar ze voor een lastige vraag.
-
Snelheid telt mee
Je tijd wordt gemeten. Bij een gelijke score staat de snelste hoger in het maand-leaderboard.
Vraag:
Leaderboard deze maand
Leaderboard laden…
De machtsovername van 1933
Op 30 januari 1933 benoemde rijkspresident Paul von Hindenburg de leider van de NSDAP, Adolf Hitler, tot rijkskanselier. Het was een gok van de conservatieven om de communistische dreiging te keren, met de gedachte dat ze Hitler zelf wel onder controle zouden houden. Het tegendeel gebeurde. Vier weken later, op 27 februari 1933, brandde de Rijksdag tot de grond af. Een Nederlandse communist, Marinus van der Lubbe, werd opgepakt en bekende. Hitler greep de brand aan om de “Reichstagbrandverordnung” te tekenen, een noodbesluit dat burgerrechten opschortte. In een paar maanden tijd werd Duitsland van democratie tot eenpartijstaat: oppositiekranten verboden, vakbonden opgeheven, de eerste concentratiekampen ingericht (Dachau opende al in maart 1933 voor “politieke vijanden”). Op 23 maart 1933 tekende de Rijksdag de Ermächtigungsgesetz: Hitler kreeg vier jaar lang het recht om buiten het parlement om wetten uit te vaardigen. De republiek van Weimar was voorbij.
Hoe de nazi-staat werkte
Na de dood van Hindenburg in augustus 1934 versmolt Hitler de functies van rijkspresident en rijkskanselier tot één titel: “Führer und Reichskanzler”. Alle Duitse soldaten en ambtenaren zwoeren persoonlijk een eed aan Hitler, niet aan de grondwet. De staat werd parallel bestuurd via partij-organen (NSDAP-Gauleiters in elke regio) én staatsambtenaren, een bewust gecreëerde chaos die volgens de nazi-doctrine de “sterkste man” zou laten winnen. Aan de top stonden Hermann Göring (Reichsmarschall, oprichter Luftwaffe, in 1941 aangewezen opvolger), Heinrich Himmler (Reichsführer-SS en hoofd van alle politiediensten), Joseph Goebbels (propaganda) en Joachim von Ribbentrop (Buitenlandse Zaken). De Gestapo, oorspronkelijk de Pruisische geheime politie, werd na 1936 onderdeel van de SS en zorgde voor het binnenlandse terreur-apparaat. Naar schatting werden in de twaalf jaar nazi-bewind 32.000 Duitse politieke gevangenen geëxecuteerd.
Van Neurenberger Wetten naar Kristallnacht
De vervolging van Joden in Duitsland verliep in fasen. Vanaf 1933 werden Joden uit de ambtelijke dienst gezet, gevolgd door beroepsverboden voor advocaten, artsen en journalisten. In september 1935 kwamen de Neurenberger Wetten: Joden verloren hun Duitse staatsburgerschap en huwelijken met “ariërs” werden strafbaar. In 1938 escaleerde het: vanaf juli moesten Joden een aparte identiteitskaart hebben, vanaf augustus de tweede naam “Israel” (mannen) of “Sara” (vrouwen) aanvaarden. Het schot van een 17-jarige Joodse Pool op de Duitse diplomaat Ernst vom Rath in Parijs gaf het excuus voor de Kristallnacht: in de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in heel Duitsland 1.400 synagogen verbrand, 7.500 Joodse winkels vernield, 91 Joden vermoord en 30.000 Joodse mannen naar concentratiekampen gedeporteerd. De naam komt van het glasscherven-tapijt dat de volgende ochtend de Duitse straten bedekte. Joden moesten zelf de “Sühneleistung” van 1 miljard rijksmark betalen voor de schade.
De Endlösung en de vernietigingskampen
Op 20 januari 1942 kwamen vijftien hoge nazi-functionarissen bijeen in een villa aan de Wannsee bij Berlijn. Onder voorzitterschap van Reinhard Heydrich (chef van de Reichssicherheitshauptamt) werd de “Endlösung der Judenfrage” gecoördineerd: de systematische uitroeiing van alle elf miljoen Europese Joden. De aanwezige Adolf Eichmann notuleerde. De praktische uitvoering lag bij de SS en gebruikte vooral zes vernietigingskampen in bezet Polen (Auschwitz-Birkenau, Treblinka, Sobibor, Belzec, Chelmno, Majdanek), waar Joden uit heel Europa per trein heen werden gedeporteerd. Het gifgas Zyklon B kwam van Degesch, een dochter van IG Farben. De totale dodentol van de Holocaust wordt geschat op 6 miljoen Joden, plus 220.000 Roma, 250.000 mensen met een handicap (vermoord via Aktion T4), honderdduizenden politieke gevangenen, homoseksuelen en Jehova’s getuigen. De vernietiging was geen geïmproviseerd bijproduct van de oorlog maar een geplande staatsoperatie.
Verzet binnen Duitsland
Het Duitse verzet was klein maar bestond. Communisten en sociaaldemocraten verspreidden vanaf 1933 illegale pamfletten, met duizenden arrestaties en honderden executies tot gevolg. De Rote Kapelle (“Rode Kapel”) was een spionagering die voor de Sovjet-Unie werkte; in 1942 werden 50 leden gearresteerd, 49 ter dood veroordeeld. In München richtten in 1942 enkele studenten van de Ludwig-Maximilians-Universität de Weiße Rose op: Hans en Sophie Scholl, Christoph Probst, Alexander Schmorell, Willi Graf en hun professor Kurt Huber. Ze verspreidden zes pamfletten met oproepen tot passief verzet. Op 18 februari 1943 werden Hans en Sophie betrapt bij het uitstrooien van pamfletten in de centrale hal van de universiteit; vier dagen later werden ze onthoofd. Het militaire verzet culmineerde in de bomaanslag van 20 juli 1944: kolonel Claus von Stauffenberg liet een bom afgaan in een vergaderzaal van de Wolfsschanze, Hitlers hoofdkwartier in Oost-Pruisen. Hitler overleefde licht gewond doordat de bom door een zware tafelpoot werd afgeschermd. Stauffenberg en ruim 200 medesamenzweerders werden geëxecuteerd, sommigen met pianodraad opgehangen aan vleeshaken. In totaal werden in twaalf jaar nazi-bewind circa 800.000 Duitsers door de Gestapo gearresteerd voor politieke verzetshandelingen.
De geallieerde bombardementen
Vanaf 1942 begonnen Britse en vanaf 1943 ook Amerikaanse bommenwerpers met systematische bombardementen op Duitse steden. Britse RAF Bomber Command onder Arthur “Bomber” Harris voerde nachtelijke “area bombing”-aanvallen uit op de industriestreken in het Ruhrgebied. De Amerikaanse 8th Air Force vloog overdag precisiebombardementen op specifieke doelen. Het ergste was Operation Gomorrah op Hamburg in juli 1943: zeven nachten brandbomraids creëerden een “vuurstorm” (een opwaartse luchtkolom van 800 graden) en doodden in één week 37.000 mensen. Een vergelijkbare vuurstorm verwoestte op 13-15 februari 1945 Dresden: drie aanvalsgolven met 1.300 bommenwerpers, naar schatting 25.000 doden, de hele binnenstad weg. Strategisch waren de bombardementen omstreden: ze braken de Duitse oorlogsproductie minder dan gehoopt (die piekte zelfs in 1944), maar bonden wel een groot deel van de Luftwaffe vast die anders aan het Oostfront ingezet had kunnen worden. In totaal kwamen door geallieerde bombardementen circa 410.000 Duitse burgers om, en werden 25 miljoen woningen verwoest of beschadigd.
Het einde: van Wolfsschanze naar Führerbunker
Tot november 1944 leidde Hitler de oorlog vanuit de Wolfsschanze, een bunkercomplex in de bossen van Oost-Pruisen. Toen het Rode Leger naderde, vertrok hij naar de Adlerhorst in Hessen en uiteindelijk op 16 januari 1945 naar de Führerbunker tien meter onder de tuin van de Rijkskanselarij in Berlijn. Daar dicteerde hij op 19 maart 1945 de beruchte “Nerobefehl”: alle Duitse infrastructuur, fabrieken, bruggen, treinen en levensmiddelen moesten bij terugtrekking worden vernietigd zodat de geallieerden niets bruikbaars zouden vinden. Albert Speer, minister van Bewapening, weigerde uitvoering. Op 20 april 1945 hield Hitler in de bunker zijn 56e (en laatste) verjaardag, terwijl Sovjet-artillerie het stadscentrum onder vuur nam. Tien dagen later, op 30 april om kwart over drie ’s middags, schoot hij zich door het hoofd, naast zijn net die ochtend getrouwde echtgenote Eva Braun die cyaankali innam. Hun lichamen werden buiten verbrand. Op 1 mei pleegden Joseph en Magda Goebbels in dezelfde bunker zelfmoord nadat ze hun zes kinderen hadden vergiftigd. Op 2 mei capituleerde de Berlijnse stadscommandant Helmuth Weidling. Hitlers in zijn testament aangewezen opvolger Karl Dönitz onderhandelde vanuit het noorden van Duitsland de algemene capitulatie, getekend op 7 mei in Reims en op 8 mei in Berlijn.
Feiten die mensen verwisselen
- Berghof en Wolfsschanze. Beide Hitlers verblijven, maar met heel andere functies. De Berghof was zijn vakantievilla op de Obersalzberg in Beieren, waar hij van 1928 tot 1944 elke zomer verbleef. De Wolfsschanze was zijn militaire hoofdkwartier in een bos in Oost-Pruisen, waar hij vanaf juni 1941 tot november 1944 het Oostfront leidde. De aanslag van Stauffenberg vond plaats in de Wolfsschanze, niet op de Berghof.
- SA en SS. De SA (Sturmabteilung, “bruinhemden”) was de oorspronkelijke nazi-paramilitaire vleugel onder Ernst Röhm, met op haar hoogtepunt 4 miljoen leden. In de Nacht van de Lange Messen (30 juni 1934) liet Hitler Röhm en de SA-top vermoorden om de Reichswehr aan zijn kant te krijgen. De SS (Schutzstaffel, “zwarthemden”) onder Heinrich Himmler werd daarna de dominante elite-organisatie en de uitvoerders van de Holocaust.
- Concentratiekampen en vernietigingskampen. Concentratiekampen (KZ) zoals Dachau, Buchenwald, Sachsenhausen en Ravensbrück bestonden vanaf 1933 in Duitsland voor politieke gevangenen, criminelen, homoseksuelen en later Joden. Vernietigingskampen (Auschwitz-Birkenau, Treblinka, Sobibor, Belzec, Chelmno, Majdanek) waren puur gericht op massamoord en lagen allemaal in bezet Polen. Auschwitz combineerde beide functies: arbeidskamp én vernietigingskamp.
- 30 januari 1933 en 23 maart 1933. Op 30 januari werd Hitler aangewezen tot rijkskanselier. Pas op 23 maart, na de Rijksdagbrand en de Ermächtigungsgesetz, had hij volledige dictatoriale macht. De tussenliggende acht weken waren de overgang van democratie naar dictatuur.
- Hamburg en Dresden. Twee verschillende bombardementen met vuurstorm-effect. Hamburg werd in juli 1943 verwoest in Operatie Gomorrah (37.000 doden, eerste vuurstorm). Dresden volgde in februari 1945, slechts drie maanden voor de capitulatie (circa 25.000 doden, sterk in propaganda gebruikt door zowel nazi’s als latere DDR-regime).
- Goering, Himmler en Goebbels. De drie machtigste nazi’s naast Hitler, vaak verwisseld. Göring was Reichsmarschall en hoofd Luftwaffe, dik en theatraal, pleegde zelfmoord met cyaankali in Neurenberg in 1946. Himmler was Reichsführer-SS en hoofd Gestapo, kleine bril en sluw, pleegde zelfmoord met cyaankali na arrestatie in mei 1945. Goebbels was propagandaminister, klein en mank, pleegde zelfmoord met zijn vrouw en kinderen in de Führerbunker op 1 mei 1945.
- Weiße Rose en 20 juli-aanslag. Beide vormen Duits verzet uit verschillende sociale lagen. De Weiße Rose (1942-1943) bestond uit Münchener studenten, vooral pacifistisch en moreel verzet via pamfletten. De 20 juli 1944-aanslag was militaire elite (Stauffenberg, Beck, von Witzleben en honderden anderen), die niet alleen Hitler wilden doden maar ook de macht overnemen om vrede met de westelijke geallieerden te sluiten.
Tips om de Duitse oorlogsfeiten beter te onthouden
- De vier fases van het Derde Rijk: machtsovername (1933-1934), opbouw dictatuur (1934-1939), oorlogvoering en expansie (1939-1942), nederlaag en ineenstorting (1943-1945). Veel feiten passen vanzelf in één van de fases.
- Voor de Holocaust-chronologie: Neurenberger Wetten (1935, burgerrechten ontnomen), Kristallnacht (1938, eerste massale geweld), getto’s in bezet Polen (1939-1941), Einsatzgruppen-massamoorden (1941-1942), Wannseekonferentie (januari 1942, plan), vernietigingskampen op industriële schaal (1942-1944), Endlösung-totaal 6 miljoen.
- De vier topnazi’s na Hitler: Göring (1, Luftwaffe), Himmler (2, SS en Holocaust), Goebbels (3, propaganda), Bormann (4, partijsecretaris en bewaker van Hitlers agenda). Bormann is de minst bekende maar in de laatste oorlogsjaren misschien wel de invloedrijkste.
- Voor de Duitse verliezen: 5,3 miljoen militaire doden, 410.000 burgerdoden door bombardementen, 8 miljoen verdrevenen uit Oost-Europa (Sudetenduitsers en Pruisen), 25 miljoen verwoeste of beschadigde woningen, vier zones van bezetting na de oorlog (Amerikaans, Brits, Frans, Sovjet).
- De drie aanslagen die Hitler overleefde: Bürgerbräukeller-bom van Georg Elser (november 1939, dertien minuten te vroeg afgegaan), poging van Henning von Tresckow op het vliegtuig (maart 1943, ontsteker faalde), Stauffenberg-aanslag in de Wolfsschanze (20 juli 1944, gered door zware tafelpoot). Hij wijdde zijn overleven aan “de Voorzienigheid”.
Vaak gestelde vragen
Hoe kon Hitler in een democratisch land aan de macht komen?
De NSDAP behaalde nooit een meerderheid bij vrije verkiezingen, maar werd in juli 1932 met 37% wel de grootste partij. De Weimarrepubliek was sinds 1929 in een diepe crisis: massawerkloosheid (zes miljoen in 1932), hyperinflatie net achter de rug, en een gefragmenteerd parlement waarin geen meerderheidskabinet meer mogelijk was. President Hindenburg regeerde sinds 1930 met noodverordeningen. Conservatieve politici onder leiding van Franz von Papen overtuigden Hindenburg dat het beter was Hitler binnen de regering te halen dan als oppositie te laten woekeren. Op 30 januari 1933 werd Hitler kanselier in een coalitie met conservatieve nationalisten, die geloofden hem te kunnen sturen. Binnen acht weken had Hitler via de Reichstagbrand-verordening en de Ermächtigungsgesetz hen volledig opzij geschoven. Een combinatie van economische wanhoop, politieke fragmentatie en bestuurlijke onderschatting.
Wat gebeurde er na de oorlog met de Duitse nazi-leiders?
Hitler, Goebbels, Himmler en SA-leider Robert Ley pleegden zelfmoord in mei 1945. Het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg (november 1945 tot oktober 1946) berechtte 22 hoofdverdachten. Twaalf werden ter dood veroordeeld: Hermann Göring (pleegde zelfmoord met cyaankali in zijn cel, één dag voor de executie), Joachim von Ribbentrop, Wilhelm Keitel, Alfred Jodl, Ernst Kaltenbrunner, Alfred Rosenberg, Hans Frank, Wilhelm Frick, Julius Streicher, Fritz Sauckel, Arthur Seyss-Inquart en Martin Bormann (bij verstek, lichaam pas in 1972 in Berlijn gevonden). Drie kregen levenslang, vier 10-20 jaar, drie werden vrijgesproken. Daarna volgden twaalf vervolgprocessen tegen artsen, juristen, industriëlen en SS-officieren. In totaal werden in alle naoorlogse processen circa 5.000 Duitsers veroordeeld voor oorlogsmisdaden, waarvan 500 ter dood. In de jaren ’50 werden de meeste overlevende veroordeelden vroegtijdig vrijgelaten door bondskanselier Adenauer.
Wat wisten de gewone Duitsers van de Holocaust?
De officiële naoorlogse Duitse stelling was lang: “Wir haben nichts gewusst” (we wisten van niks). Historisch onderzoek wijst anders uit. De anti-Joodse wetten werden openlijk afgekondigd. De Kristallnacht speelde zich in november 1938 voor ieders ogen af. De deportaties uit Duitse steden, vanaf oktober 1941, waren publiek zichtbaar: Joden moesten zich op stations melden, hun bezittingen werden geveild door buren. Hitler sprak in januari 1939 in een Rijksdag-toespraak openlijk over de “vernietiging van het Joodse ras” als de oorlog zou uitbreken. Soldaten die met verlof terugkwamen van het Oostfront brachten verhalen mee van Einsatzgruppen-massamoorden. Brieven van soldaten aan thuisfront werden weliswaar gecensureerd maar bevatten regelmatig verwijzingen. Joodse gevangenen werkten in tientallen Duitse fabrieken. Historicus Peter Longerich schat dat een minderheid de details wist, maar dat een meerderheid in elk geval het bestaan van massamoord op Joden in het oosten moet hebben vermoed. Niet weten was vooral een vorm van wegkijken.
Was Hitler echt populair onder de Duitsers?
Tot in 1942 zeker wel, daarna minder. Hitlers populariteit was sterk gekoppeld aan resultaten. De NSDAP behaalde bij vrije verkiezingen nooit meer dan 37%, maar na de machtsovername steeg de steun spectaculair door de economische opbloei (autobaan-aanleg, wederbewapening, einde massawerkloosheid). De “bloedeloze” buitenlandse successen tussen 1936 en 1939 (herbewapening Rijnland, Anschluss met Oostenrijk, Sudetenland, Tsjecho-Slowakije) maakten Hitler tot nationale held. De snelle militaire overwinningen op Polen (1939), Noorwegen en Frankrijk (1940) bevestigden zijn imago als militair genie. Naar schatting steunde 80-90% van de Duitsers in 1940 het regime. De omslag kwam met Stalingrad (winter 1942-1943), het verlies in Noord-Afrika, en de eerste grote bombardementen op Duitse steden. Vanaf 1944 was de steun fragmentair: de bevolking wilde vooral een einde aan de oorlog, maar de Gestapo en het verklikkers-systeem maakten openlijke kritiek levensgevaarlijk. Dat de aanslag van 20 juli 1944 niet tot een Duitse opstand leidde wijst erop dat angst zwaarder woog dan oppositie.
Wat was de Bierhalputsch?
De eerste poging van Hitler om de macht te grijpen, op 8-9 november 1923 in München. Geïnspireerd door Mussolini’s “Mars naar Rome” een jaar eerder probeerde Hitler met 2.000 SA-leden de Beierse regering omver te werpen vanuit een bierhal (de Bürgerbräukeller). De Beierse politie schoot terug; zestien NSDAP-leden en vier politiemensen kwamen om. Hitler vluchtte en werd twee dagen later opgepakt. Het hooglopende proces gaf hem een nationaal podium voor zijn ideeën. Hij werd veroordeeld tot vijf jaar (waarvan hij negen maanden uitzat in vesting Landsberg, een comfortabele detentie waar hij Mein Kampf dicteerde aan medegevangene Rudolf Hess). De Bierhalputsch werd na 1933 elk jaar in München herdacht met een SS-mars. In 1939 plaatste de Duitse timmerman Georg Elser in diezelfde bierhal een tijdbom om Hitler tijdens de jaarlijkse herdenking te doden; Hitler vertrok dertien minuten voor de bom afging.
Andere geschiedenisquizzen die hierbij passen
Liever de oorlog vanuit het front? Doe Tweede Wereldoorlog: het Westfront met D-Day en het Ardennenoffensief, Tweede Wereldoorlog: het Oostfront met Barbarossa en Stalingrad, of Tweede Wereldoorlog: de Pacific. Of vanuit Nederland: Tweede Wereldoorlog in Nederland.