Tweede Wereldoorlog: Polen
Wanneer begon de oorlog in Polen? Wat was het verschil tussen de Warschauer Getto-opstand en de Warschau-opstand? En welke Poolse generaal nam Monte Cassino in? Multiple choice met vier opties, drie niveaus oplopend in moeilijkheid. Op gemakkelijk de basisfeiten van WO2 in Polen, op moeilijk inclusief Aktion Reinhard, de Sobibor-opstand, de SS-brigade Dirlewanger en de Conferentie van Jalta.
Klaar voor de quiz?
Vul je naam in en kies een niveau. Je tijd telt mee voor het leaderboard van deze maand.
Hoe werkt het?
-
Drie niveaus
Op gemakkelijk 15 basisvragen die de meeste mensen kennen. Op gemiddeld 25 vragen met meer detail. Op moeilijk alle 40, inclusief de minder bekende feiten waar pubquiz-fans pas op uitkomen.
-
Vier opties per vraag
Je ziet een vraag en kiest uit vier antwoorden (A, B, C of D). De drie afleiders zijn altijd plausibel: bestaande personen, datums of begrippen uit dezelfde periode, geen flauwe gokwerk-opties.
-
Twee hulplijnen
Je krijgt per spel één tip (korte aanwijzing over het juiste antwoord) en één 50/50 (twee foute antwoorden vallen weg). Beide mag je maar één keer inzetten, dus bewaar ze voor een lastige vraag.
-
Snelheid telt mee
Je tijd wordt gemeten. Bij een gelijke score staat de snelste hoger in het maand-leaderboard.
Vraag:
Leaderboard deze maand
Leaderboard laden…
Waar de oorlog begon
De Tweede Wereldoorlog begon in Polen. Om kwart voor vijf ’s ochtends op 1 september 1939 opende het Duitse slagschip Schleswig-Holstein in de haven van Gdansk het vuur op een Pools munitiedepot. Tegelijk staken Duitse troepen op duizend punten de Pools-Duitse grens over. Hitler had het excuus de avond ervoor zelf in elkaar gezet: SS-mannen in Poolse uniformen vielen de Duitse zender van Gleiwitz aan en lieten een gedode concentratiekamp-gevangene als “Pools agressor” achter. Twee dagen later, op 3 september om 11 uur ’s ochtends, verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk Duitsland de oorlog. Maar geen van beide bondgenoten kwam Polen daadwerkelijk te hulp. Op 17 september viel ook het Rode Leger Oost-Polen binnen, op basis van het geheim aanvullend protocol bij het Molotov-Ribbentrop-pact dat een maand eerder was gesloten. Het Poolse leger vocht zes weken; op 6 oktober capituleerde de laatste eenheid bij Kock. Hitler en Stalin verdeelden Polen onderling: 188.000 km² voor Duitsland, 201.000 km² voor de Sovjet-Unie. De Poolse staat hield op te bestaan. De regering vluchtte via Roemenië naar Frankrijk en uiteindelijk naar Londen.
Het Generalgouvernement en de Sovjet-bezetting
Duitsland behandelde Polen anders dan welk ander bezet land ook. Het westelijke deel (Wartheland, Danzig-West-Pruisen en delen van Silezië) werd direct geannexeerd; de bewoners moesten “germaniseren” of vertrekken. Het centrale deel werd het “Generalgouvernement”, een soort koloniaal rest-Polen onder Hans Frank, met de hoofdstad in Krakau (Frank zetelde op het historische Wawel-kasteel). Polen werd niet als bezet land gezien maar als grondstof: 2,8 miljoen Poolse arbeiders werden gedeporteerd voor dwangarbeid in Duitsland. Poolse universiteiten en middelbare scholen werden gesloten (Polen moesten alleen kunnen tellen tot 500 en hun naam kunnen schrijven, vond Himmler). 6.000 Poolse intellectuelen, priesters en officieren werden vermoord in de Intelligenzaktion van eind 1939. Tegelijk volgde een vergelijkbaar terreurregime in Sovjet-Oost-Polen: de NKVD deporteerde tussen februari 1940 en juni 1941 in vier golven circa 1 miljoen Polen naar Siberië en Kazachstan, waar minstens 25% omkwam. In Katyn en andere bossen werden in 1940 ruim 22.000 Poolse officieren door de NKVD vermoord. Polen werd dus van twee kanten systematisch onthoofd, terreur die in zijn schaal weinig parallellen heeft.
Het Warschauer Getto
Op 16 november 1940 werd in Warschau Europa’s grootste Joodse getto afgesloten. 400.000 mensen werden samengepropt op 3,4 vierkante kilometer (1,3% van de stadsoppervlakte): gemiddeld 7 personen per kamer, het meest dichtbevolkte gebied ter wereld. Het rantsoen werd vastgesteld op 184 calorieën per dag, een vijfde van wat een volwassene nodig heeft. Tussen 1940 en juli 1942 stierven ongeveer 100.000 mensen aan honger en tyfus. Vanaf 22 juli 1942 begonnen de massa-deportaties naar Treblinka: in negen weken werden ruim 250.000 Joden in veewagens afgevoerd en vergast. Adam Czerniaków, voorzitter van de Joodse Raad, pleegde op de tweede dag van de deportaties zelfmoord toen hij weigerde lijsten voor de kindertransporten te tekenen. Tegen de winter van 1942-1943 zaten er nog 50.000 mensen in het getto. Op 19 april 1943, de eerste avond van Pesach, begon de opstand. Vrijwilligers van de Żydowska Organizacja Bojowa (ŻOB) onder leiding van de 23-jarige Mordechai Anielewicz, gewapend met smokkelpistolen, granaten en molotov-cocktails, hielden 2.000 SS-soldaten met tanks en vlammenwerpers 27 dagen op afstand. Op 16 mei werd de Grote Synagoge opgeblazen als afsluitend symbool. Naar schatting 13.000 Joden kwamen om, de rest werd naar de kampen gestuurd. De getto-opstand was de eerste grootschalige Joodse gewapende verzetsdaad van de oorlog.
Aktion Reinhard en de Holocaust in Polen
In Polen werd de Holocaust uitgevoerd. Bezet Polen had de drie ooit gespecialiseerde vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka, plus de combinatie-kampen Auschwitz-Birkenau, Majdanek en Chelmno. Vanaf maart 1942, na de Wannseekonferentie, lanceerden de SS de “Aktion Reinhard” (genoemd naar Reinhard Heydrich, vermoord in Praag): de geplande vernietiging van alle Poolse Joden. In 21 maanden werden 2 miljoen mensen vergast in Belzec (435.000 doden in 9 maanden), Sobibor (180.000), Treblinka (800.000-900.000) en Majdanek (78.000-235.000). Auschwitz-Birkenau werd vanaf 1942 het bestemmingskamp voor de Joden uit West-Europa (waaronder Nederland en Frankrijk): in totaal 1,1 miljoen vermoord, waarvan 90% Joods. Het Poolse verzet probeerde de wereld te waarschuwen: koerier Jan Karski reisde in 1942 vermomd door het Warschauer Getto en Belzec en bracht een uitgebreid rapport persoonlijk naar Anthony Eden en Franklin Roosevelt. Roosevelt vroeg vooral naar de “toestand van de Poolse paarden”. De Geallieerde regeringen weigerden lange tijd te geloven of te handelen, ondanks ook luchtfoto’s die treinen richting Auschwitz toonden.
Het Poolse verzet: Armia Krajowa
Polen had het grootste verzetsleger van bezet Europa. De Armia Krajowa (Thuisleger) was loyaal aan de regering in Londen en had op zijn hoogtepunt 400.000 leden, met clandestiene rangen, opleidingscursussen en zelfs een ondergronds parlement. Daarnaast bestonden de kleinere Bataliony Chłopskie (boerenbataljons), Narodowe Siły Zbrojne (nationale strijdkrachten) en de communistische Armia Ludowa (Volksleger, gesteund door Stalin). Het AK pleegde sabotage op spoorwegen, executeerde verraders, smokkelde Joden uit getto’s en hielp Engelse vliegers ontsnappen. In 1942 werd in Warschau de “Żegota” opgericht, de enige door een regering-in-ballingschap erkende organisatie ter wereld die zich specifiek inzette voor het redden van Joden; ze redde circa 4.000 Joodse kinderen in Warschau alleen, vaak met behulp van katholieke zusters. De groep Białystok kraakte mee aan Enigma. Codebrekers Marian Rejewski, Henryk Zygalski en Jerzy Różycki hadden de Duitse Enigma al in 1932 voor het eerst gekraakt en gaven hun werk in juli 1939 over aan de Britten en Fransen; zonder Poolse fundamenten was Bletchley Park’s succes met Alan Turing onmogelijk geweest.
De Warschau-opstand van 1944
Op 1 augustus 1944 om vijf uur ’s middags begon de Warschau-opstand van het Armia Krajowa. 50.000 Poolse verzetsstrijders vielen tegelijk Duitse posities aan, in de hoop de stad te bevrijden voor het Rode Leger arriveerde en zo de Poolse soevereiniteit te garanderen. Stalin’s troepen stonden op dat moment aan de oostoever van de Wisla, op 15 km. De opstand was bedoeld voor maximaal een week. Hij duurde 63 dagen. Stalin liet zijn legers halt houden, weigerde Britse en Amerikaanse bevoorradingsvluchten vanaf Sovjet-vliegvelden toe te staan, en wachtte tot de Duitsers de Poolse niet-communistische elite voor hem hadden vernietigd. De SS-Sturmbrigade Dirlewanger (een eenheid van veroordeelde criminelen) en de RONA-brigade (Russische collaborateurs) onderdrukten de opstand met systematische executies: 40.000 burgers werden in één week in de wijk Wola doodgeschoten. Op 2 oktober capituleerde generaal Tadeusz Bór-Komorowski. Resultaat: 16.000 verzetsstrijders dood, 150.000-200.000 burgerdoden, 26.000 Duitse doden, en op Hitler’s persoonlijk bevel werd Warschau systematisch huis voor huis platgebrand. Toen het Rode Leger op 17 januari 1945 binnen reed, was 85% van Warschau verwoest. Stalin had zijn doel bereikt: het Poolse niet-communistische verzet was uitgeschakeld, de weg vrij voor een door Moskou geselecteerde regering.
Polen na de oorlog
Op de Jalta-conferentie van februari 1945 verkochten Roosevelt en Churchill Polen aan Stalin in ruil voor Sovjet-medewerking aan de oorlog tegen Japan. De Poolse regering in Londen werd niet meer erkend; de communistische “Lublin-regering” werd door de geallieerden als legitiem aanvaard. Tegelijk werd de Poolse landkaart 200 km westelijker getrokken: de oostgrens schoof naar de Curzon-lijn (Stalin behield wat hij in 1939 had ingenomen), de westgrens schoof naar de Oder-Neisse-lijn (Polen kreeg Duits gebied in compensatie, waaronder Silezië, Pommeren en het zuiden van Oost-Pruisen). Resultaat: 8 miljoen Duitsers werden uit het nieuwe Polen verdreven, 1,5 miljoen Polen uit het verloren oosten geherhuisvest. De Joodse bevolking van Polen, voor de oorlog 3,3 miljoen, was teruggebracht tot circa 300.000 overlevenden, waarvan een groot deel emigreerde na het Kielce-pogrom van juli 1946 (waarbij 42 Joodse overlevenden door Poolse buren werden vermoord op valse beschuldigingen). De rest van de Poolse niet-communistische elite werd in de stalinistische jaren 1948-1953 uitgeschakeld door processen en executies, waaronder generaal Emil Fieldorf van het Armia Krajowa-verzet. Polen werd 45 jaar lang een Sovjet-satellietstaat tot de Ronde Tafel-akkoorden van 1989.
Feiten die mensen verwisselen
- Warschauer Getto-opstand (1943) en Warschau-opstand (1944). Twee verschillende opstanden in dezelfde stad, één jaar uit elkaar. De Getto-opstand (19 april tot 16 mei 1943) was van Joodse verzetsstrijders binnen het getto tegen deportaties. De Warschau-opstand (1 augustus tot 2 oktober 1944) was van het Poolse Thuisleger tegen de Duitse bezetting in de hele stad. Beide werden door Duitsland bloedig neergeslagen; beide werden door Stalin aan hun lot overgelaten.
- Auschwitz, Treblinka en Sobibor. Drie van de zes vernietigingskampen in bezet Polen. Auschwitz-Birkenau was de grootste (1,1 miljoen doden, vooral Joden uit West-Europa, plus politieke gevangenen, Roma, Sovjet-krijgsgevangenen). Treblinka (800.000-900.000 doden, vooral Poolse Joden, alleen vernietiging) en Sobibor (180.000 doden, idem) waren puur vernietigingskampen waar 99% van de aankomenden binnen drie uur werd vergast.
- Katyn, Chatyn en Charkov. Drie verschillende plaatsen, vaak verwisseld. Katyn (Russisch bos) was Sovjet-massamoord op 22.000 Polen in 1940. Chatyn (Wit-Russisch dorp) was Duitse vergeldingsactie in 1943 met 149 doden. Charkov (Oekraïense stad) is een derde plek van Sovjet-Pools-officieren-massamoord, ongeveer 4.000 doden, ook in 1940 onderdeel van de Katyn-operatie.
- Armia Krajowa en Armia Ludowa. Twee Poolse verzetslegers, met heel verschillende politiek. Armia Krajowa (“Thuisleger”) was loyaal aan de regering in Londen, conservatief en katholiek, 400.000 leden. Armia Ludowa (“Volksleger”) was communistisch en Sovjet-gesteund, slechts 20.000 leden, maar werd na de oorlog door Stalin tot officiële verzetsbeweging verklaard, met systematische vervolging van AK-leden tot gevolg.
- De grenzen voor en na de oorlog. Polen schoof in 1945 200 km naar het westen. Vooroorlogs Pools Oost-grondgebied (Lwów, Wilno, Brest) ging naar de Sovjet-Unie (nu Oekraïne, Litouwen en Wit-Rusland). Vooroorlogs Duits Oost-grondgebied (Breslau/Wrocław, Stettin/Szczecin, Danzig/Gdansk en heel Silezië) werd Pools. Pools grondgebied schoof, maar de inwoners ook: 8 miljoen Duitsers verdreven, 1,5 miljoen Polen geherhuisvest.
- De inval van Polen, niet van Tsjecho-Slowakije. Veel mensen denken dat WO2 begon met de Anschluss (1938) of de bezetting van Tsjecho-Slowakije (maart 1939). Maar Groot-Brittannië en Frankrijk reageerden op die acties met diplomatieke protesten, niet met oorlog. Pas de inval van Polen op 1 september 1939 triggerde de oorlogsverklaring twee dagen later. Polen was Hitlers eerste oorlogsvijand.
- Het Westen versus de Sovjet-Unie als bevrijders. Polen werd niet bevrijd door West-geallieerden, maar door het Rode Leger. Vanaf de Wisla-Oder-offensief van januari 1945 trokken Sovjet-troepen door Polen tot de Oder. Auschwitz werd op 27 januari 1945 door het Rode Leger bevrijd, niet door Britten of Amerikanen. Polen kwam direct in de Sovjet-invloedssfeer en bleef daar tot 1989.
Tips om de Pools-WO2-feiten beter te onthouden
- De vier datums: 1 september 1939 (Duitse inval), 17 september 1939 (Sovjet-inval), 19 april 1943 (Warschauer Getto-opstand), 1 augustus 1944 (Warschau-opstand AK). Tussen de twee opstanden zit precies één jaar en drie maanden.
- De zes vernietigingskampen in bezet Polen: Auschwitz-Birkenau (groot, deels arbeids), Treblinka (puur vernietiging), Sobibor (puur), Belzec (puur), Chelmno (vroegste, met gaswagens), Majdanek (combinatie, bij Lublin). Behalve Auschwitz en Majdanek werden de andere vier vóór 1945 door de SS gesloten en gesloopt om sporen uit te wissen.
- Drie hoge Poolse leiders: Władysław Sikorski (premier in ballingschap, omgekomen bij vliegtuigongeluk Gibraltar juli 1943), Władysław Anders (generaal van Pools 2e Korps in Italië, Monte Cassino), Tadeusz Bór-Komorowski (leider AK Warschau-opstand 1944).
- De grote getallen: 6 miljoen Poolse doden (waarvan 3 miljoen Joden), 85% Warschau verwoest, 400.000 in Warschauer Getto op piek, 22.000 Polen Katyn-massamoord, 1 miljoen Polen naar Siberië, 8 miljoen Duitsers verdreven uit Poolse “Recovered Territories” na 1945.
- Polen leed het zwaarste van enig land naar verhouding: 17% van de vooroorlogse bevolking omgekomen, het hoogste percentage van alle bij de oorlog betrokken landen. Ter vergelijking: Sovjet-Unie 14%, Joegoslavië 11%, Nederland 3,5%, Duitsland 8%, Frankrijk 1,5%, Groot-Brittannië 0,9%.
Vaak gestelde vragen
Waarom kwamen Groot-Brittannië en Frankrijk Polen niet te hulp in 1939?
Ze hadden een militaire verplichting maar wisten er militair geen invulling aan te geven. Op 3 september 1939 verklaarden beide landen Duitsland de oorlog. Frankrijk lanceerde wel een symbolisch offensief in het Saarland (de “Saar-offensief”, 7 tot 16 september), maar trok zich na een week terug zonder serieus gevecht. De Britse RAF dropte pamfletten boven Duitsland. Strategisch wachtten beide landen op de afronding van hun eigen oorlogsmobilisatie en hoopten ze dat de Duitse aanval in het oosten Duitsland zou afmatten. Daarnaast zat het Britse defensiebeleid nog grotendeels op het idee “we kunnen later vrede sluiten” tot Hitlers westelijk offensief van mei 1940. Polen werd dus alleen gelaten met een verbroken belofte. Daarna volgde de “Phoney War” (Zitzkrieg / drôle de guerre) van september 1939 tot mei 1940: een oorlog op papier maar zonder grote gevechten in West-Europa.
Waarom waren er zoveel Joden in Polen?
Polen had voor de oorlog de grootste Joodse bevolking van Europa: 3,3 miljoen, ongeveer 10% van de Poolse bevolking. Joden hadden eeuwenlang vrijheden en privileges genoten van Poolse koningen sinds de 13e eeuw, in een tijd dat ze elders in Europa systematisch werden vervolgd. Tussen 1500 en 1939 ontstond in Polen-Litouwen de grootste sjtetl-cultuur ter wereld, met centra in Warschau, Łódź, Kraków, Wilno (Vilnius), Lwów (Lviv) en honderden dorpen. Yiddisch was naast Pools de tweede landstaal in veel steden. Op de Yeshiva van Lublin (Yeshivat Chachmei Lublin), in 1930 opgericht, studeerden duizenden Joodse geleerden. Warschau had drie Joodse dagbladen in het Pools en vier in het Yiddisch. Bij Joodse zionistische emigratie naar Palestina (vooral in de jaren ’20) en Amerika (rond 1900) verlieten honderdduizenden Joden Polen, maar de Joodse aanwezigheid bleef tot 1939 cultureel dominant. Vandaag de dag wonen in Polen nog circa 4.000 Joden, een fractie van wat ooit was.
Wat deed Polen tijdens de oorlog buiten Polen?
Veel. Toen Polen viel, vluchtten 80.000 Poolse soldaten via Roemenië, Hongarije en de Baltische staten naar Frankrijk om door te vechten. Polen vormde het op drie na grootste geallieerde leger (na de VS, Sovjet-Unie en Britten). In Frankrijk vochten ze in mei 1940 met Franse troepen tegen Duitsland; na de Franse capitulatie ontsnapten 25.000 naar Engeland. Het 1e Pools-Tsjechoslowaakse Pantserdivisie onder Stanisław Maczek vocht na D-Day in Normandië en hielp Belgische steden bevrijden. Het Poolse 2e Korps onder Władysław Anders (uit Sovjet-Goelag-gevangenen geformeerd in 1942) vocht in Noord-Afrika, Italië en nam in mei 1944 de berg Monte Cassino in. De Poolse Marine vocht in de Atlantische Oceaan en bij Narvik. Poolse vliegers domineerden bepaalde momenten van de Battle of Britain: het 303 Squadron schoot in zes weken 126 Duitse vliegtuigen neer, het meest van enig RAF-eskader. Op het hoogtepunt vochten 250.000 Polen in geallieerde uniform buiten Polen.
Wat is de plek van Auschwitz in het Pools collectief geheugen?
Complex. Auschwitz lag in bezet Polen, maar de Poolse Joden waren niet de hoofdgroep slachtoffers (die werden vermoord in Treblinka, Sobibor, Belzec). Auschwitz werd vooral het eindstation voor Joden uit West- en Centraal-Europa, plus Hongaarse Joden vanaf 1944. Tegelijk waren ongeveer 75.000 niet-Joodse Polen er gevangen (politieke gevangenen, priesters, verzetsstrijders), waarvan een grote groep stierf in het zogenaamde Auschwitz I-stamlager. Tijdens de communistische periode (1947-1989) werd Auschwitz door de Poolse overheid vooral als “internationaal monument tegen het fascisme” gepresenteerd, met de specifiek Joodse identiteit van de meeste slachtoffers gemarginaliseerd. Sinds 1989 is dat radicaal veranderd: vandaag de dag wordt Auschwitz wereldwijd geassocieerd met de Holocaust, met circa 2,3 miljoen jaarlijkse bezoekers. Voor Polen blijft de plek beladen, deels omdat er ook discussie is over wat Polen tegen Joden in oorlogsperiode deden (Jedwabne-pogrom van juli 1941, waarbij Polen 340 Joodse buren in een schuur verbrandden). Het is een herinneringscultuur in voortdurende ontwikkeling.
Wat gebeurde er met Polen direct na de oorlog?
Een door Stalin gecontroleerde communistische regering nam de macht, ondanks de officiële belofte op Jalta van vrije verkiezingen. Het Armia Krajowa-verzet werd na de oorlog door de NKVD systematisch vervolgd: ongeveer 50.000 AK-leden werden gearresteerd of geëxecuteerd, anderen verdwenen in Sovjet-Goelagkampen. De “vervloekte soldaten” (Żołnierze Wyklęci), die de gewapende strijd tegen de communistische staat voortzetten, vochten tot in de jaren ’50 in de Poolse bossen; de laatste werd in 1963 vermoord. De stalinistische jaren (1948-1953) brachten een tweede terreurperiode: opnieuw deportaties, opnieuw vervolging van katholieke geestelijken, opnieuw onderdrukking van Pools-nationale herdenkingen. Pas na 1956 (Polen-Oktober van Gomułka) ontstond een mildere variant van communisme. Echte vrijheid kwam pas met Solidarność in 1980 en de Ronde Tafel-akkoorden van 1989. Polen werd in 1999 NAVO-lid en in 2004 EU-lid. De herinnering aan WO2 blijft centraal in de Poolse nationale identiteit: 1 augustus (Warschau-opstand), 17 september (Sovjet-inval) en 11 november (Onafhankelijkheidsdag, sinds 1918) zijn nationale gedenkdagen.
Andere geschiedenisquizzen die hierbij passen
Liever het verhaal van een andere bezette nationale staat? Doe Tweede Wereldoorlog in Nederland. Of de oorlog vanuit de bezetters: Tweede Wereldoorlog: nazi-Duitsland of Tweede Wereldoorlog: de Sovjet-Unie. Of vanaf de fronten: Tweede Wereldoorlog: het Oostfront en Tweede Wereldoorlog: het Westfront.