Tweede Wereldoorlog: Frankrijk
Waarom verloor Frankrijk in zes weken? Wie was de leider van Vichy? En wat gebeurde er bij Oradour-sur-Glane? Multiple choice met vier opties, drie niveaus oplopend in moeilijkheid. Op gemakkelijk de basisfeiten van WO2 in Frankrijk, op moeilijk inclusief de Rafle du Vél’ d’Hiv, de Service du Travail Obligatoire, het zinken van de vloot bij Toulon en de Vichy-collaboratie.
Klaar voor de quiz?
Vul je naam in en kies een niveau. Je tijd telt mee voor het leaderboard van deze maand.
Hoe werkt het?
-
Drie niveaus
Op gemakkelijk 15 basisvragen die de meeste mensen kennen. Op gemiddeld 25 vragen met meer detail. Op moeilijk alle 40, inclusief de minder bekende feiten waar pubquiz-fans pas op uitkomen.
-
Vier opties per vraag
Je ziet een vraag en kiest uit vier antwoorden (A, B, C of D). De drie afleiders zijn altijd plausibel: bestaande personen, datums of begrippen uit dezelfde periode, geen flauwe gokwerk-opties.
-
Twee hulplijnen
Je krijgt per spel één tip (korte aanwijzing over het juiste antwoord) en één 50/50 (twee foute antwoorden vallen weg). Beide mag je maar één keer inzetten, dus bewaar ze voor een lastige vraag.
-
Snelheid telt mee
Je tijd wordt gemeten. Bij een gelijke score staat de snelste hoger in het maand-leaderboard.
Vraag:
Leaderboard deze maand
Leaderboard laden…
De Slag om Frankrijk: zes weken oorlog
Op 10 mei 1940 om half zes ’s ochtends begon de Duitse aanval in het westen. Tegelijk vielen Duitse troepen Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk binnen. Het Franse opperbevel onder Maurice Gamelin had zijn beste divisies (de Eerste Legergroep) naar het noorden gestuurd om de te verwachten Duitse aanval via België op te vangen, een herhaling van het Schlieffenplan uit 1914. Het was precies de val die Hitler had opgezet. De hoofdmacht van Heinz Guderian’s pantserdivisies brak op 13 mei door bij Sedan in de Ardennen, een gebied dat de Fransen als ondoordringbaar beschouwden. Binnen tien dagen stonden Duitse tanks aan het Kanaal en waren de Britse en Franse legers in het noorden ingesloten. Tussen 26 mei en 4 juni werden via Operatie Dynamo zo’n 338.000 Britse en Franse troepen geëvacueerd vanuit Duinkerken door een armada van marineschepen en honderden burgerboten (“the little ships”). Op 14 juni viel Parijs zonder strijd. Generaal Maxime Weygand, die Gamelin op 19 mei had opgevolgd, kon de val niet meer keren. Op 17 juni vroeg de nieuwe premier Philippe Pétain om wapenstilstand. Op 22 juni werd in Compiègne getekend, in dezelfde treinwagon waarin Duitsland in november 1918 zelf had moeten capituleren. Hitler liet de wagon uit het museum halen en op exact dezelfde plek terugzetten om de vernedering compleet te maken.
Twee Frankrijken: bezet en Vichy
De wapenstilstand splitste Frankrijk in tweeën. Het noorden en de hele Atlantische kust (60% van het grondgebied) werden direct door de Wehrmacht bezet. De rest, vooral het zuiden en de Middellandse-Zeekust, bleef formeel onafhankelijk onder een nieuwe regering. Hoofdstad werd het kuuroord Vichy in Auvergne (Parijs lag in de bezette zone). Op 10 juli 1940 stemde de Franse Nationale Vergadering met 569 tegen 80 stemmen om Pétain volledige bevoegdheden te geven; hij werd staatshoofd (“Chef de l’État Français”) van een nieuwe Franse Staat die afrekende met de republikeinse traditie. De officiële leuze “Liberté, Égalité, Fraternité” werd vervangen door “Travail, Famille, Patrie”. Vichy-Frankrijk had een eigen leger (100.000 man, beperkt door de wapenstilstand), zijn eigen marine en zijn eigen koloniale rijk. In de praktijk werd het bestuur steeds meer een collaboratie-regime: Pierre Laval als premier dreef het regime verder naar samenwerking met Duitsland, met systematische uitlevering van Joden en linkse opposanten. De zogenaamde “vraag van Riom” probeerde de leiders van de Derde Republiek (Léon Blum, Édouard Daladier) als oorlogsschuldigen te berechten, maar het proces verzandde in 1942 omdat de aangeklaagden de aanklagers ten schande maakten.
Charles de Gaulle en Vrij Frankrijk
Tegen de capitulatie kwam vanuit Londen een tegenstem. De 49-jarige brigadegeneraal Charles de Gaulle, onbekend bij het Franse publiek en in een loopbaan-conflict met Pétain, hield op 18 juni 1940 een radiotoespraak via de BBC. “Frankrijk heeft een slag verloren, maar Frankrijk heeft de oorlog niet verloren.” Bijna niemand luisterde, maar de toespraak werd later legendarisch en is sindsdien op een steen bij Mont Valérien gegraveerd. Vrij Frankrijk (Forces Françaises Libres) begon met een handvol officieren in Londen en groeide uit tot honderdduizenden manschappen. Het Frans Equatoriaal-Afrika sloot zich onder gouverneur Félix Éboué al in augustus 1940 als eerste aan bij De Gaulle, vanuit Brazzaville. Daarna volgden Tsjaad, Kameroen en stap voor stap meer Franse koloniën. Vrije Fransen vochten in Bir Hakeim (Libië, juni 1942, eerste grote militaire wapenfeit), Tunesië, Italië (waaronder Monte Cassino in mei 1944), en uiteindelijk in Normandië, Provence en Elzas. De rivaliteit tussen De Gaulle en de Amerikaans-Britse leiders bleef hardnekkig: Roosevelt vertrouwde De Gaulle nooit en steunde tot eind 1943 generaal Henri Giraud als alternatief. Pas door volharding wist De Gaulle de leider van de Voorlopige Regering te worden bij de bevrijding.
De Vichy-collaboratie en de Holocaust
Vichy-Frankrijk was geen passieve bezetting maar een actieve collaboratie. Al op 3 oktober 1940, drie maanden na de wapenstilstand en zonder Duitse druk, vaardigde Vichy het “Statuut van de Joden” uit dat Joden uit ambtenaarschap, leger, onderwijs en pers verbande. Een tweede statuut van juni 1941 ging verder met beroepsverboden en eigendomsonteigening. Het “Commissariat général aux questions juives” (CGQJ) onder Xavier Vallat (later Louis Darquier de Pellepoix) coördineerde de Jodenvervolging op Franse bodem. Vanaf 1942 leverde Vichy actief Joden uit aan Duitsland: 76.000 Joden werden gedeporteerd via Drancy (transitkamp bij Parijs), meest naar Auschwitz, waarvan slechts 2.500 de oorlog overleefden. De beruchtste enkele actie was de “Rafle du Vél’ d’Hiv” op 16-17 juli 1942: Franse politie pakte 13.152 Parijse Joden op (waaronder 4.000 kinderen) op verzoek van de Duitsers, sloot ze drie dagen op in het Vélodrome d’Hiver-wielerstadion, en stuurde ze door naar Drancy en Auschwitz. President Jacques Chirac erkende in 1995 voor het eerst Franse staatsverantwoordelijkheid voor deze deportaties. Tegelijk werden 220.000 niet-Joodse Fransen gedeporteerd, en bouwde Vichy zijn eigen Milice française (1943), een paramilitaire politie onder Joseph Darnand die joeg op verzet, Joden en STO-deserteurs.
La Résistance
Het Franse verzet kwam aanvankelijk traag op gang. In juni 1940 verspreidden enkele individuen al pamfletten en hingen Lotharingse kruisen op muren. De grote groei kwam pas na 1942, toen de Duitse bezetting de Vichy-zone overnam (na de geallieerde landing in Noord-Afrika) en de invoering van de STO jonge Fransen op de vlucht dreef. Het verzet was politiek gefragmenteerd: communisten van het Front National en de Francs-Tireurs et Partisans (FTP) vanaf juni 1941 (na de Duitse inval van de Sovjet-Unie), liberale en gaullistische groepen als Combat, Libération en Franc-Tireur, en kleinere katholieke groeperingen. Jean Moulin, een prefect die uit een Vichy-functie was ontslagen en clandestien naar Londen vluchtte, kreeg van De Gaulle de opdracht de Franse verzetsgroepen te verbinden. Op 27 mei 1943 bracht hij de eerste Conseil National de la Résistance (CNR) bijeen in Parijs. Drie weken later, op 21 juni, werd hij in Caluire bij Lyon door de Gestapo opgepakt en doodgemarteld door Klaus Barbie. Zijn dood maakte hem tot de symbolische martelaar van het verzet; zijn as werd in 1964 in het Panthéon bijgezet. De Maquis (verzetsgroepen in de bergen) groeiden vanaf 1943 fors door STO-deserteurs. De grootste groep, de Maquis du Vercors op een bergplateau in de Alpen, riep in juli 1944 zelfs een “Vrije Republiek” uit; de Duitse SS reageerde met 15.000 troepen en luchtlandingen, en moordde 840 verzetsstrijders en burgers uit.
D-Day en de bevrijding van Frankrijk
Op 6 juni 1944 begon Operation Overlord: de grootste amfibische landing uit de geschiedenis, met 156.000 geallieerde soldaten op vijf stranden in Normandië. Zes weken vechtten geallieerden in de Normandische heggen-landschappen (de bocage), tot Operatie Cobra eind juli een doorbraak forceerde. Op 15 augustus volgde Operatie Dragoon: een tweede landing in Zuid-Frankrijk, tussen Cannes en Toulon, met 175.000 Amerikaanse en Franse troepen die binnen vier weken Lyon bereikten. Beide tangen sloten zich. Op 25 augustus 1944, na een vijf-daagse opstand van de Resistance binnen Parijs, reed de Tweede Pantserdivisie van generaal Philippe Leclerc Parijs binnen, met De Gaulle vlak erachter. De volgende dag liep De Gaulle de Champs-Élysées af onder gejuich van een miljoen Parijzenaars, ondanks sluipschutter-vuur. In de daaropvolgende maanden werden ook de rest van Frankrijk bevrijd. Straatsburg viel op 23 november 1944 aan Leclerc, vervulling van zijn “Eed van Koufra” uit 1941 dat hij de Franse vlag op de Straatsburgse kathedraal zou hijsen. De laatste Duitse troepen op Frans grondgebied (zogenaamde “kustpoketten” rond La Rochelle en Dunkerque) capituleerden pas op 8 mei 1945.
De Épuration: afrekening met collaborateurs
Na de bevrijding kwam de wraak. In de zomer van 1944 vond eerst de “épuration sauvage” (wilde zuivering) plaats: 9.000 vermoede collaborateurs werden zonder proces geëxecuteerd, vooral in het zuiden, vaak door communistische FTP-groepen. Daarnaast werden 20.000 vrouwen kaalgeschoren wegens “horizontale collaboratie” (relaties met Duitse soldaten), publiekelijk vernederd op marktpleinen. Vervolgens nam de officiële “épuration légale” over: 350.000 dossiers werden door speciale rechtbanken behandeld, met 7.037 doodstraffen waarvan 791 werden uitgevoerd. Pierre Laval werd in oktober 1945 ter dood veroordeeld en gefusilleerd nadat een zelfmoordpoging met cyaankali was mislukt. Philippe Pétain werd op zijn 89e ter dood veroordeeld, maar De Gaulle zette de straf om in levenslang; hij stierf in 1951 in gevangenschap op het eiland Île d’Yeu. Joseph Darnand (Milice) werd gefusilleerd, evenals Robert Brasillach (collaborateur-schrijver) en Jean Hérold-Paquis (Radio Parijs). Honderdduizenden anderen verloren tijdelijk hun burgerrechten (“indignité nationale”). De zuivering was beperkt: na 1951 verleende De Gaulle ruime amnestie, en vele lokale collaborateurs bleven gewoon in hun functies. Pas vanaf de jaren ’70 werd Vichy onderwerp van openhartig onderzoek, vooral na de documentaire “Le Chagrin et la Pitié” van Marcel Ophüls (1969).
Feiten die mensen verwisselen
- Vichy-Frankrijk en Vrij Frankrijk. Twee tegelijk bestaande Franse machten met tegenovergestelde politiek. Vichy was het officiële Franse regime op Frans grondgebied onder Pétain, dat met Duitsland collaboreerde. Vrij Frankrijk was De Gaulle’s tegen-regering in Londen, die de oorlog tegen Duitsland voortzette via koloniale gebieden en de geallieerden. Beide claimden de legitieme Franse staat te zijn.
- Pétain en De Gaulle. Beide Franse generaals, beide ooit lerare-leerling-relatie. Pétain (84 jaar oud in 1940, held van Verdun uit WO1) werd Vichy-staatshoofd. De Gaulle (49 jaar in 1940, schreef voor de oorlog boeken die Pétain hadden geadviseerd) werd Vrij-Frankrijk-leider. Pétain was Frans nationaal symbool tot 1940, daarna nationaal symbool van schande. De Gaulle stond daar achteraan en eindigde als president.
- D-Day en Operatie Dragoon. D-Day (6 juni 1944) was de Normandische landing in Noord-Frankrijk. Operatie Dragoon (15 augustus 1944) was de tweede geallieerde landing in Zuid-Frankrijk, tussen Cannes en Toulon. Beide droegen bij aan de bevrijding van Frankrijk, maar D-Day is veel bekender geworden door de filmindustrie en de strategische betekenis.
- Maginot-linie en Atlantikwall. De Maginot-linie was Frans (gebouwd 1929-1940), aan de oostgrens met Duitsland, met betonnen vestingwerken en onderaardse spoorwegen. De Atlantikwall was Duits (gebouwd 1942-1944), aan de Atlantische westkust van Noorwegen tot de Spaanse grens. Beide zijn versterkingslinies die hun hoofddoel niet vervulden: de Maginot werd via de Ardennen omzeild, de Atlantikwall werd op D-Day doorbroken.
- Bezette zone, vrije zone en verboden zone. Drie verschillende delen van Frankrijk tijdens de bezetting. De bezette zone (60% van het land, noorden en Atlantische kust) was direct Duits bestuur. De vrije zone (Zone Libre, ongeveer een derde, in het zuiden) was tot november 1942 Vichy-bestuur. Daarnaast was er een “verboden zone” (Zone Interdite) in het noordoosten en de Atlantische kuststreek waar zelfs Fransen niet zonder vergunning mochten komen, omdat het militair gevoelig was.
- Maquis en Résistance. Résistance is de overkoepelende term voor alle Frans verzet, in steden en op het platteland, met sabotage, spionage en pamfletten. Maquis zijn specifiek de bergachtige boslocaties waar verzetsstrijders zich verstopten (“dans le maquis”, “in de struiken”), vooral in Centraal- en Zuid-Frankrijk. Niet alle Résistance was Maquis, maar alle Maquis was Résistance.
- Drancy en Auschwitz. Drancy was géén vernietigingskamp, maar een doorgangskamp aan de noordrand van Parijs. Tussen 1941 en 1944 werden er 67.000 Joden vastgehouden voordat ze in 64 treinen naar Auschwitz werden gedeporteerd. Drancy werd door Franse politie bewaakt, niet door Duitsers. Vandaag is het een sociale woningwijk met een Holocaust-monument.
Tips om de Frans-WO2-feiten beter te onthouden
- De drie fases van bezet Frankrijk: bezet noord + Vichy zuid (juni 1940 – november 1942), geheel bezet onder Duits-Vichy duo-regime (november 1942 – juni 1944), geleidelijk bevrijd (juni 1944 – mei 1945). Veel verwarring komt door alle gebeurtenissen op één hoop te gooien.
- Datums om vast te knopen: 10 mei 1940 (Duitse inval), 14 juni 1940 (Parijs valt), 22 juni 1940 (capitulatie Compiègne), 16-17 juli 1942 (Rafle du Vél’ d’Hiv), 11 november 1942 (Duitsland bezet ook Vichy), 6 juni 1944 (D-Day), 15 augustus 1944 (Dragoon), 25 augustus 1944 (Parijs bevrijd), 8 mei 1945 (Duitse capitulatie).
- De vier hoofdpersonen aan Franse kant: Pétain (Vichy-staatshoofd, collaborateur), Laval (Vichy-premier, geëxecuteerd), Darlan (Vichy-admiraal, geliquideerd in 1942), De Gaulle (Vrij-Frankrijk-leider, naoorlogs president). En het verzet: Jean Moulin (verenigde verzetsgroepen, doodgemarteld 1943).
- De grote getallen: 75.000 Franse Joden vermoord (25% van Joodse bevolking), 600.000 Fransen naar STO in Duitsland, 642 doden Oradour-sur-Glane, 9.000 collaborateurs geliquideerd na bevrijding, 791 ter dood gebrachte collaborateurs in formele processen, 338.000 evacueerden Duinkerken.
- Voor de verzetsorganisaties: communisten (FTP, Front National), gaullisten (Combat, Libération, Franc-Tireur), de verbindende Conseil National de la Résistance (CNR) onder Jean Moulin vanaf mei 1943, en de Maquis in de bergen vanaf 1943. De vrouwen-Resistance: Lucie Aubrac, Berty Albrecht, Marie-Madeleine Fourcade (leidde Alliance, het grootste spionage-netwerk).
Vaak gestelde vragen
Waarom verloor Frankrijk zo snel in 1940?
Op papier waren de Fransen en Britten samen sterker dan Duitsland: meer tanks (3.400 versus 2.400), vergelijkbare luchtmacht en meer divisies. Maar drie zaken sloegen alles om. Ten eerste de strategische verrassing: het Duitse plan (de Manstein-variant) draaide de aanval via de Ardennen, een bosrijk heuvelgebied dat de Fransen ondoordringbaar achtten en zwak hadden verdedigd. Ten tweede de doctrine: de Duitsers gebruikten radio-gestuurde Blitzkrieg met geconcentreerde pantserdivisies, dive-bommenwerpers en gemotoriseerde infanterie als één geheel, terwijl Franse tanks verspreid in steun van infanterie werden ingezet. Ten derde het commando: Gamelin reageerde te traag op de doorbraak bij Sedan en zijn opvolger Weygand kon de val niet meer keren. Daarbij kwamen politieke verlamming (drie regeringen in zes weken), een uitgeput leger dat sinds 1939 in stelling stond zonder te vechten, en een collectieve trauma uit WO1 dat tot defensisme had geleid. Binnen zes weken was de oorlog op het Europese continent voorbij; Frankrijk verloor 100.000 doden en 1,8 miljoen krijgsgevangenen.
Was Vichy een nazi-regime?
Niet helemaal, maar dichtbij. Vichy was geen klonale nazi-staat met een Führer-cultus, fascistische jeugdorganisaties of een totalitair partijapparaat (de NSDAP had geen Franse evenknie). Het was een autoritair-conservatief regime met traditionalistische, klerikaal-katholieke en xenofobe trekken, gerund door rechtervleugel-generaals, traditionele politici en oud-Maurras-aanhangers. De leuze “Travail, Famille, Patrie” verving “Liberté, Égalité, Fraternité”: de Republiek werd vervangen door de “Franse Staat”. Tegelijk ging Vichy uit eigen beweging op cruciale punten ver: anti-Joodse wetgeving zonder Duitse druk (oktober 1940), levering van Joden voor deportatie (vanaf 1942), oprichting van een paramilitaire Milice tegen het verzet, dwangarbeid voor Duitsland. Historici noemen het soms een “authoritair regime met fascistoïde trekken”, anderen een “francofascistische dictatuur”. Pétain zelf zag zich als reactionair-katholiek behoeder van het Franse “platteland en gezin” tegen modernisme. Het feit dat Vichy in 1944 in vrijwel niets meer verschilde van een nazi-marionetregering is in hoofdzaak een proces van vier jaar collaboratie en niet de oorspronkelijke ambitie van 1940.
Hoe groot was het Franse verzet eigenlijk?
Veel kleiner dan na de oorlog in mythologie is vastgelegd. Schattingen voor actieve verzetsleden vóór de bevrijding lopen uiteen van 100.000 tot 400.000, ofwel 0,5% tot 1% van de Franse bevolking. Echte gewapende verzetsstrijders waren misschien 50.000 op de piek (mei 1944). Een veel groter aantal Fransen verleende passieve steun (onderdak, eten, informatie) zonder zelf in de Resistance te zitten. Tegelijk had Vichy ook zijn eigen aanhang: de Légion Française des Combattants telde op zijn piek 1,5 miljoen leden. Wat na de oorlog de “résistancialisme”-mythe werd genoemd (de De Gaulle-versie waarin “de hele Franse natie weerstand bood”) was een politieke noodzaak om de nationale eenheid te herstellen, maar verbloemde dat de meerderheid van de Fransen vier jaar lang pragmatisch had geleefd onder de bezetting, zonder actief verzet maar ook zonder actieve collaboratie. Pas vanaf de jaren ’70 (met Marcel Ophüls’ documentaire “Le Chagrin et la Pitié”) werd deze mythe in Frankrijk zelf openlijk onderzocht.
Wat is er bijzonder aan Oradour-sur-Glane?
Oradour-sur-Glane in Haute-Vienne (Centraal-Frankrijk) werd op 10 juni 1944, vier dagen na D-Day, door een eenheid van de SS-divisie “Das Reich” uitgemoord. De aanleiding is onduidelijk: vermoedelijk een vergelding voor een Maquis-aanval, waarschijnlijk in het verkeerde dorp uitgevoerd (Oradour-sur-Vayres lag 30 km verderop, en Maquis waren daar actief; Oradour-sur-Glane juist niet). 642 mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord: de mannen werden in schuren met machinegeweren neergeschoten, de vrouwen en kinderen werden in de kerk samengedreven, met handgranaten gedood en het gebouw aangestoken. Slechts 6 mensen ontsnapten, allemaal mannen. Het dorp is sinds 1945 op bevel van De Gaulle ongerept gelaten als monument: de uitgebrande huizen, kapotte auto’s en verschroeide kerk staan er nog precies zoals ze op 10 juni 1944 werden achtergelaten. Een nieuw Oradour werd er naast gebouwd. Het is een van de bekendste herdenkingsplekken van Frankrijk en de plek waar Franse presidenten en buitenlandse staatshoofden hun condoleance komen tonen. In 1953 werden 65 verdachten berecht in Bordeaux, met magere uitkomsten: de straffen bleven onder de zwaarste verwachtingen door politieke complicaties rond Elzasser dwang-rekruten.
Wat gebeurde er met De Gaulle na de bevrijding?
Direct na de bevrijding was De Gaulle leider van de Voorlopige Regering. Hij eiste en kreeg dat Frankrijk werd opgenomen als een van de geallieerde grootmachten (permanente VN-Veiligheidsraad-zetel, eigen bezettingszone in Duitsland, Berlijnse Geallieerde Bestuursraad). In oktober 1945 hield hij eerste vrije verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering, waarin communisten, socialisten en christendemocraten dominant werden. Hij raakte daarna echter ruzie met de partijen over de grondwet en trad in januari 1946 onverwacht af, ervan overtuigd dat hij snel zou worden teruggeroepen. Dat gebeurde niet. Twaalf jaar lang bleef hij in zijn dorp Colombey-les-Deux-Églises wachten en zijn memoires schrijven, terwijl de Vierde Republiek ploeterde van crisis naar crisis. Pas in mei 1958, tijdens de Algerije-crisis, werd hij teruggeroepen als premier en daarna president van een nieuwe Vijfde Republiek met sterke presidentiële bevoegdheden. Hij regeerde tot 1969 en stierf op 9 november 1970 op 79-jarige leeftijd. De Gaulle blijft tot op vandaag de centrale figuur van de moderne Franse politiek; “gaullisme” is een eigen politieke stroming gebleven die zowel rechts (Chirac, Sarkozy) als links (delen van het socialistische erfgoed) opslokt.
Andere geschiedenisquizzen die hierbij passen
Liever de Westfront-strijd zelf, met meer focus op de operaties? Doe Tweede Wereldoorlog: het Westfront. Of een ander bezet land: Tweede Wereldoorlog in Nederland of Tweede Wereldoorlog: Polen. Of de bezetters: Tweede Wereldoorlog: nazi-Duitsland.