De d/t-regel en werkwoordsvervoeging

  • 40 vragen
  • ± 10 minuten
  • Gemiddeld
Nog geen stemmen
Beoordeel deze quiz:

Ik word of wordt? Gewerkt of gewerkd? Multiple choice met vier opties, drie niveaus.

Klaar voor de quiz?

Vul je naam in en kies een niveau. Je tijd telt mee voor het leaderboard van deze maand.

Hoe werkt het?

  • Drie niveaus

    Op gemakkelijk 15 basisvragen die de meeste mensen kennen. Op gemiddeld 25 vragen met meer detail. Op moeilijk alle 40, inclusief de minder bekende feiten waar pubquiz-fans pas op uitkomen.

  • Vier opties per vraag

    Je ziet een vraag en kiest uit vier antwoorden (A, B, C of D). De drie afleiders zijn altijd plausibel: bestaande personen, datums of begrippen uit dezelfde periode, geen flauwe gokwerk-opties.

  • Twee hulplijnen

    Je krijgt per spel één tip (korte aanwijzing over het juiste antwoord) en één 50/50 (twee foute antwoorden vallen weg). Beide mag je maar één keer inzetten, dus bewaar ze voor een lastige vraag.

  • Snelheid telt mee

    Je tijd wordt gemeten. Bij een gelijke score staat de snelste hoger in het maand-leaderboard.

Welk niveau?

Leaderboard deze maand

Leaderboard laden…

De d/t-regel: pijler van Nederlandse spelling

“Ik word” of “Ik wordt”? “Gewerkt” of “gewerkd”? De d/t-regel is een van de meest gevreesde aspecten van Nederlandse spelling. Vrijwel iedereen maakt hem regelmatig fout – leerlingen op de basisschool, studenten, professionals. De regels zijn niet ingewikkeld, maar wel talrijk en uitzonderingen-rijk. De kern: bij werkwoorden in eerste persoon enkelvoud (“ik”) nooit een t aan het einde. Bij tweede en derde persoon enkelvoud (“jij”, “hij”, “zij”, “het”) wel een t (uitzondering: bij omkering vervalt de t bij “jij”). Voor voltooid deelwoorden helpt ’t Kofschip-regel: als de stam eindigt op één van de medeklinkers van het ezelsbruggetje “’t Kofschip” (c, k, f, s, ch, p) of bij uitbreiding “’t Fokschaapje” (x, t), dan eindigt het voltooid deelwoord op -t. Anders op -d.

De Kofschip-regel uitgelegd

“’t Kofschip” is een geheugensteuntje voor de medeklinkers: c, k, f, s, ch, p. Werkwoord-stam eindigt op een van deze letters? Dan voltooid deelwoord met -t. Voorbeelden: werken → ik werkte → gewerkt (k = kofschip). fietsen → ik fietste → gefietst (ts, ts is in feite t-eind = kofschip-t). stoppen → ik stopte → gestopt (p = kofschip). Werkwoord-stam eindigt NIET op een kofschip-letter? Dan voltooid deelwoord met -d. Voorbeelden: mailen → ik mailde → gemaild (stam “mail” eindigt op klinker = geen kofschip). gebeuren → het gebeurde → gebeurd (stam “gebeur” eindigt op klinker). antwoorden → antwoordde → geantwoord (stam “antwoord” eindigt op d, behoort niet tot kofschip). De moderne uitbreiding “’t Fokschaapje” voegt x en t toe: faxen → faxte → gefaxt (x = fokschaapje).

De ik/hij-regel in tegenwoordige tijd

Voor tegenwoordige tijd (presens) geldt: ik-vorm krijgt geen t, hij/zij/het-vorm wel. Ik werk, jij werkt, hij werkt. Ik vind, jij vindt, hij vindt. Ik word, jij wordt, hij wordt. Uitzondering: bij omkering met “jij” vervalt de t. Werk jij? Vind jij? Word jij? In andere persoonsvormen blijft de spelling stabiel: wij werken, jullie werken, zij werken. Voor zwakke werkwoorden (regelmatige) blijft het patroon vast. Voor sterke werkwoorden (onregelmatige met klankverandering) gelden de regels ook, met aanpassingen voor de stam. Voorbeeld vinden (sterk): ik vind, jij vindt, hij vindt, wij vinden, vond, gevonden. Voorbeeld lopen (sterk): ik loop, jij loopt, hij loopt, liep, gelopen.

De grote valkuilen

Klassieke valkuilen: 1) “Ik vind/vindt”: altijd zonder t, want “ik”. 2) “Hij verbreedt/verbreed”: met t in tegenwoordige tijd, zonder t in voltooid deelwoord (verbreed). 3) “Hij beloofd/belooft”: met t in tegenwoordige tijd; “heeft beloofd” met d in voltooid deelwoord. 4) “Gewerkt/gewerkd”: altijd met t (k is kofschip-letter). 5) “Gemaild/gemailt”: altijd met d (mail eindigt op klinker). 6) “Heb jij gewerkt?”: d/t vervangt niet bij omkering in voltooid deelwoord. 7) “Antwoorden”: tegenwoordige tijd “ik antwoord” zonder extra d (stam is al “antwoord”). 8) Engelse leenwoorden volgen Nederlandse regels: “ik faxte” (x = kofschip), “ik appte” (p = kofschip), “ik mailde” (klinker).

Tips om de d/t-regel te leren

  • Onthoud ’t Kofschip-letters: c-k-f-s-ch-p. Plus ’t Fokschaapje voegt x-t toe.
  • “Ik” nooit met -t. Ik vind, ik werk, ik word, ik antwoord. Altijd.
  • “Hij/zij/het” altijd met -t. Hij vindt, hij werkt, hij wordt.
  • Bij omkering met “jij” vervalt de t. Heb jij/wat doe jij/krijg jij.
  • Voor voltooid deelwoord: kijk naar de stam. Eindigt op kofschip-letter? -t. Anders? -d.
  • Test door verleden tijd te maken. Werkte → gewerkt (t). Gebeurde → gebeurd (d).

Vaak gestelde vragen

Waarom is “ik vind” zonder t?

Omdat de eerste persoon enkelvoud (“ik”) in Nederlandse werkwoordvervoeging nooit een -t krijgt. Het is een vaste regel. De stam van “vinden” is “vind”; daarom is “ik vind” correct. Veel mensen maken de fout “ik vindt” omdat ze denken aan “hij vindt” (met t), maar dat geldt alleen voor derde persoon. Onthoud: ik vorm = stam zonder t. Hij vorm = stam + t.

Is “ik update” met t of zonder?

Het Engelse leenwerkwoord “updaten” wordt in Nederlands behandeld volgens onze regels. De stam is “update”. Eerste persoon: “ik update” (zonder t, want “ik”). Derde persoon: “hij updatet” (met t omdat hij/zij/het + t krijgt). Verleden tijd: “updatete” (stam + -te omdat t in kofschip). Voltooid deelwoord: “geüpdatet” (stam + -t omdat t in kofschip). Veel mensen schrijven foutief “geüpdated”; de correcte Nederlandse vorm is “geüpdatet”. Maar in praktijk wordt vaak het Engelse “updated” gebruikt; in officieel Nederlands is “geüpdatet” juist.

Wat is een sterk werkwoord?

Een sterk werkwoord verandert in verleden tijd door klankverandering in plaats van -de/-te-uitgang. Voorbeelden: lopen-liep-gelopen (klankverandering in -ie-, voltooid deelwoord op -en), zien-zag-gezien (klankverandering), schrijven-schreef-geschreven, gaan-ging-gegaan, eten-at-gegeten. Een zwak werkwoord (regelmatig) krijgt -de/-te-uitgang: werken-werkte-gewerkt, mailen-mailde-gemaild. Nederlands heeft ongeveer 200 sterke werkwoorden (vooral oude basiswerkwoorden) en duizenden zwakke werkwoorden. Sterke werkwoorden volgen 7 verschillende klassen op basis van klankveranderingspatronen. De meeste nieuwe werkwoorden (Engelse leenwoorden) worden zwak vervoegd: appen-appte-geappt, fixen-fixte-gefixt.

Wanneer veranderen klinkers in voltooid deelwoord?

Bij sterke werkwoorden, niet bij zwakke. Voorbeelden van klankverandering in voltooid deelwoord: schrijven-schreef-geschreven (i wordt e). breken-brak-gebroken (e wordt a wordt o). zingen-zong-gezongen (i wordt o). Voor klinkerveranderingen zijn er 7 hoofd-klassen die historisch gegroepeerd zijn. Bij zwakke werkwoorden verandert alleen de uitgang (-de/-te), niet de klinker: werken-werkte-gewerkt, koken-kookte-gekookt. Voor de d/t-regel maakt het niet uit of een werkwoord sterk of zwak is; de kofschip-regel werkt voor alle. Het verschil zit in of de stam wel of niet op een kofschip-letter eindigt.

Hoe weet ik of een werkwoord sterk of zwak is?

Praktisch het beste: leer het uit het hoofd. Sterke werkwoorden zijn vaak de oudere, frequenter gebruikte werkwoorden in het Nederlands: zijn, hebben, gaan, komen, zien, geven, nemen, eten, drinken, vinden, brengen, doen, kopen, slaan, lopen, blijven, krijgen. Een aantal patronen helpt: werkwoorden eindigend op -en met een veranderlijke klinker (i-a-o, ei-ee-e) zijn vaak sterk. Werkwoorden uit andere talen (Engels, Duits, Frans) worden vrijwel altijd zwak vervoegd: chatten-chatte-gechat, blokken-blokte-geblokt. Nieuwe Nederlandse werkwoorden zijn ook bijna allemaal zwak. Voor onzekere gevallen: woordenboek of de Officiële Spelling-app raadplegen. De Algemene Nederlandse Spraakkunst lijst alle 200+ sterke werkwoorden op met hun vervoegingen.

Andere quizzen die hierbij passen

Voor andere spelling-uitdagingen: Hoofdletters en spelling-uitzonderingen. Voor werkwoordsvervoeging: Werkwoorden vervoegen.

← Terug naar Spelling quizzen

← Terug naar Nederlandse taal quizzen