Hoofdletters en spelling-uitzonderingen
Wanneer hoofdletter? Hoe schrijf je samenstellingen? Multiple choice met vier opties, drie niveaus.
Klaar voor de quiz?
Vul je naam in en kies een niveau. Je tijd telt mee voor het leaderboard van deze maand.
Hoe werkt het?
-
Drie niveaus
Op gemakkelijk 15 basisvragen die de meeste mensen kennen. Op gemiddeld 25 vragen met meer detail. Op moeilijk alle 40, inclusief de minder bekende feiten waar pubquiz-fans pas op uitkomen.
-
Vier opties per vraag
Je ziet een vraag en kiest uit vier antwoorden (A, B, C of D). De drie afleiders zijn altijd plausibel: bestaande personen, datums of begrippen uit dezelfde periode, geen flauwe gokwerk-opties.
-
Twee hulplijnen
Je krijgt per spel één tip (korte aanwijzing over het juiste antwoord) en één 50/50 (twee foute antwoorden vallen weg). Beide mag je maar één keer inzetten, dus bewaar ze voor een lastige vraag.
-
Snelheid telt mee
Je tijd wordt gemeten. Bij een gelijke score staat de snelste hoger in het maand-leaderboard.
Vraag:
Leaderboard deze maand
Leaderboard laden…
Hoofdletters en Nederlandse spelling
Wanneer gebruik je een hoofdletter in het Nederlands? De regels zijn talrijk. Eigennamen (Jan, Amsterdam, Nederland) altijd met hoofdletter. Eigenschappen daarvan (de Nederlandse vlag, de Amerikaanse film) ook. Maar bijvoeglijke vormen van personennamen (wagneriaans, freudiaans) zonder. Dagen (maandag) en maanden (juli) met kleine letter, behalve in titels. Talen (Nederlands, Engels) met hoofdletter. Religieuze hoofdfiguren (God, Jezus, Maagd Maria) met hoofdletter; bijvoeglijke religievormen (islamitisch, christelijk) zonder. Titels die persoonsnamen vervangen (Koning Willem-Alexander) met hoofdletter; algemene titels (de koning, de paus, de president) zonder. Plus koppeltekens bij samenstellingen die verwarring kunnen geven (auto-ongeluk, kunst-en-vliegwerk), apostrofs in jaartallen (’92), en specifieke uitzonderingen.
De basisregels
De acht hoofdregels: 1) Eigennamen altijd met hoofdletter: Jan, Marie, Amsterdam, Nederland, Ajax, Rijksmuseum. 2) Adjectieven afgeleid van eigennamen ook: Nederlandse, Amsterdamse, Amerikaanse. 3) Talen met hoofdletter: Nederlands, Engels, Frans. 4) Dagen en maanden met kleine letter: maandag, juli. Uitzondering: in titels en eigennamen wel hoofdletter. 5) Religieuze hoofdfiguren met hoofdletter: God, Jezus, Allah, Boeddha, Maria. Bijvoeglijke religievormen zonder: islamitisch, christelijk, boeddhistisch. 6) Titels die de persoon zelf zijn (“Koning Willem-Alexander”, “Paus Franciscus”) met hoofdletter. Algemene titels (“de koning leeft hier”, “de paus reist veel”) zonder. 7) Gebouwen, instellingen en organisaties als eigennaam met hoofdletter: Het Witte Huis, De Tweede Kamer, Het Mauritshuis, De Telegraaf, Belastingdienst. 8) Tijdsperiodes meestal met kleine letter (middeleeuwen, gouden eeuw, romantiek), uitzondering bij eigennamen (Renaissance, Verlichting).
Koppeltekens en streepjes
Korte streepje (-, “liggend streepje” of “koppelteken”): voor samenstellingen die verwarring zouden geven (auto-onderdeel, auto-ongeluk, kunst-en-vliegwerk), bij scheiding van klinkers (Sint-Nicolaas, Noord-Holland), en bij compositievormen (Frans-Spaans verdrag, Vlaams-Nederlands). Niet voor twee zelfstandige naamwoorden zonder mogelijk-verwarring: autoweg (één woord), wereldkampioen (één woord). Lang streepje (–, en-dash): in pauzes in tekst, datumreeksen (1939–1945), en de meeste tekstoverzichten. Veellanger streepje (—, em-dash): voor stille pauzes en parenthetische uitleg in tekst (vooral Amerikaans), in Nederlands minder gebruikt. Apostrof (‘): bij wegval van letters (’92 voor 1992, ’t voor het, m’n voor mijn), bij meervouden van klinkers (foto’s, taxi’s, auto’s). Niet bij meervouden van zelfstandige naamwoorden in algemeen (kinderen, niet kinderen’s).
Spelling-uitzonderingen
Het Nederlands kent veel uitzonderingen. Engelse leenwoorden volgen vaak Nederlandse spelling: manager (niet manager), team (niet team), update (Engels behouden maar wordt vernederlandst tot “updaten”). Sommige Engelse leenwoorden blijven met Engelse spelling: weekend (gebruikelijk, hoewel “weekeinde” ook correct is), website (geen wit-side), email (vaak gehyphend “e-mail” in formele tekst). Tussen-n in samenstelling: “boekenkast” en “padestenliefhebber” hebben tussen-n bij meervoudige eerste deel. Verbindings-s in samenstelling: “krijgshelden” maar “krijgsheld”. De Officiële Spelling (geldig sinds 2005) heeft veel uitzonderingen die in het Groene Boekje of de online Taalunie-versie staan. Voor onzekere gevallen: raadpleeg Onze Taal of Taalunie online.
Tips om Nederlandse spelling te onthouden
- Eigennamen ALTIJD hoofdletter.
- Dagen en maanden alleen kleine letter (behalve in titels).
- Religieuze hoofdfiguren hoofdletter, bijvoeglijke vormen klein.
- “De koning” klein, “Koning Willem-Alexander” hoofd.
- Koppelteken bij verwarring (auto-ongeluk), niet zonder (autoweg).
- Apostrof bij wegval (’t, ’92) en bij meervouden van klinkers (auto’s).
Vaak gestelde vragen
Wanneer is iets een eigennaam?
Een eigennaam is een specifieke naam voor een persoon, plaats, ding of organisatie. Personennamen (Jan, Marie), plaatsnamen (Amsterdam, Texel), gebouwen (Rijksmuseum, Eiffeltoren), organisaties (Ajax, Belastingdienst), landen (Nederland, Frankrijk), titels van werken (De Nachtwacht, Mein Kampf) – allemaal eigennamen. Bijvoeglijke vormen van eigennamen die uit een naam zijn afgeleid krijgen ook hoofdletter als ze direct naar de naam verwijzen (Nederlandse, Amsterdamse, Amerikaanse). Bijvoeglijke vormen die meer algemeen zijn geworden krijgen geen hoofdletter (kafkaësk, freudiaans, wagneriaans). Test: kun je de naam vervangen door “de zoveelste” of “een willekeurige” zonder dat de zin betekenis verliest? Dan is het waarschijnlijk geen eigennaam. Anders wel.
Wat is het verschil tussen Groene en Witte Boekje?
Twee verschillende referentiewerken voor Nederlandse spelling. Het Groene Boekje (officieel: “Woordenlijst Nederlandse Taal”) wordt elk 10 jaar door de Taalunie uitgegeven en is de officiële spelling voor onderwijs en overheidscommunicatie. Sinds 2005 nieuwe uitgave; sinds 2015 lichte aanpassingen. Het Witte Boekje is een alternatief uitgave door de redactie van Onze Taal, met enkele eigen voorkeuren (vaak iets conservatiever). Verschillen zijn klein: Witte Boekje bijv. minder enthousiast over de spelling-verbeteringen van 1995 (cd-rom vs cd-rom is hetzelfde, maar tussen-n in 1995 invoer Groen schreef “pannenkoek” voor, Wit hield “pannekoek”). In de praktijk gebruiken docenten meestal het Groene Boekje. Online versie via taaladvies.net (Taalunie).
Krijgt “u” een hoofdletter?
Vroeger werd “U” met hoofdletter geschreven als beleefdheidsvorm, maar sinds de spelling-1995 is dat niet meer verplicht. Vandaag wordt “u” meestal met kleine letter geschreven, tenzij aan het begin van de zin. In formele brieven aan officiële instanties (overheid, geestelijke leiders) wordt “U” soms nog met hoofdletter gebruikt als teken van respect. Niet verplicht. Voor God in religieuze context: “U” met hoofdletter is gebruikelijk in Bijbel-citaten en gebeden. Voor zakelijke correspondentie: “u” zonder hoofdletter is standaard. Wel is “U-bocht” en andere samenstellingen met U als eerste letter altijd met hoofdletter, omdat U dan een letter is, geen woord.
Andere quizzen die hierbij passen
Voor d/t-regels: De d/t-regel en werkwoordsvervoeging. Voor grammatica: Werkwoorden vervoegen.